BouwProfs

De bouw online verbonden.

Nieuwe grenswaarden asbest zijn volstrekt haalbaar.

De grenswaarden voor asbest worden aangescherpt. Maar onlangs was in het nieuws dat die grenswaarden nog relatief onbekend zijn in de asbestketen. Ook vragen verschillende specialisten zich af of de nieuwe grenswaarden wel realistisch zijn. Jan van Willigenburg van BME asbestconsult is duidelijk: de nieuwe grenswaarden voor asbest zijn volstrekt realistisch.

De nieuwe grenswaarden voor chrysotiel (per 1 juli) zijn een feit, hoe groot is in uw ogen de kans dat de nieuwe grenswaarden voor amfibool per 1 januari van kracht gaan?
Jan van Willigenburg : “De kans dat de nieuwe grenswaarde voor amfibool in de Staatscourant komt, acht ik zeer hoog, zo niet maximaal. Of dat ook op 1 januari 2015 het geval zal zijn valt te betwijfelen. In feite is de komende maanden sprake van een juridisch onhoudbare situatie omdat de grenswaarde voor de minst gevaarlijke asbestsoort (chrysotiel) naar beneden is bijgesteld, maar die van amfibool nog niet. Uit het rapport van de Gezondheidsraad blijkt dat de gezondheidsrisico’s met name in laatstgenoemde categorie (amfibool) moet worden gezocht."

Veel beslissingen moeten nog worden genomen
Anders gezegd: “Den Haag” kan het (politiek en inhoudelijk) niet maken ten opzichte van de Gezondheidsraad, de SER en de Tweede Kamer om al te lang te talmen met de invoering van de nieuwe grenswaarde voor amfibool. Knelpunt is echter dat er nog erg veel beslissingen moeten worden genomen en voorbereidende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door Ascert in verband met de nieuwe indeling in risicocategorieën (SMA-rt).

Bouwbesluit loopt vooruit op Arboregelgeving
Daarbij speelt dat de Arbowetgeving weliswaar leidend is, maar het ministerie van BiZa heeft besloten om het vernieuwde Bouwbesluit op 1 januari 2015 te doen ingaan. En in dit herziene Bouwbesluit worden ook de nieuwe grenswaarden voor chrysotiel en amfibool genoemd. Ik heb de indruk dat BiZa veel verder is met de voorbereiding van het hernieuwde Bouwbesluit dan SZW met de Arboregelgeving. Die twee ministeries werken wel samen, maar niet altijd even optimaal.”

Zijn de nieuwe grenswaarden volgens u in de praktijk realiseerbaar?
Jan van Willigenburg : “Deze zijn stellig realiseerbaar. "Daarover heb ik inmiddels enkele proefprojecten mogen bijwonen en kunnen beoordelen. Het vergt uitzonderlijk veel inspanningen van de betrokken asbestverwijderaar(s), maar het is volstrekt haalbaar."

Flinke saneringskosten
Echter in verband met de flinke verhoging van de saneringskosten in risicoklasse 3 (dat zijn in de meeste gevallen saneringen van amfibool asbest) is de kans ook weer erg groot dat in toenemende mate illegale saneringen zullen worden uitgevoerd. En daarmee bereikt “Den Haag” precies het omgekeerde van wat men beoogt: een drastische verhoging van het blootstellingsrisico door illegale saneringswerkzaamheden in plaats van een lager blootstellingsrisico.”

Te weinig mensen voor te veel werk
“Belangrijke oorzaak hiervan moet worden gezocht in het absoluut falen van het wettelijke toezicht op de uitvoering van de saneringswerkzaamheden. De Inspectie SZW (bij uitstek de handhavers in dit vakgebied) heeft een landelijk gespecialiseerd asbestteam opgezet van maar liefst 13 medewerk(st)ers die ca. 60.000 (!) legale asbestsaneringen per jaar moet controleren. Weliswaar hebben de gemeenten ook een belangrijke (wettelijke) toezichtstaak, mar in verreweg de meeste gevallen wordt hier geen enkele aandacht aan besteed als gevolg van bezuinigingen, taakverzwaringen, gebrek aan kennis en inkrimping van personeel. Het ‘toverwoord’ i9s dat de gemeentelijke toezichtstaken worden overgeheveld naar RUD’s of Omgevingsdiensten, maar die zitten met precies hetzelfde probleem. Geen geld, te weinig kennis, en ook: het ontbreken van formele bevoegdheden. De gemeente is en blijft Bevoegd Gezag, en zo lang regionaal gezien onduidelijk is welke instantie handhavend mag optreden, blijft de controle beperkt tot een ‘papieren’ toezicht. Kloppen de papieren? Dan klopt het werk ook.”

Hoe veel risico loopt een saneerder?
Is het in Nederland veilig om als asbestsaneerder of sloper werkzaam te zijn?

Jan van Willenburg : “Bij de uitvoering van werkzaamheden in risicoklasse 3 (in veel gevallen gaat het om het saneren van amfiboolhoudende bronnen) is het antwoord ‘neen’. Uit onderzoek van TNO (november 2013) is gebleken dat werknemers IN het containment bij het verwijderen van amosiet beplating te maken hebben gekregen met een asbestvezelconcentratie van ca. 130 miljoen vezels/m3. Geen volgelaatsmasker, geen enkele beschermingsmaatregel voorkomt dat deze mensen hoge asbestvezelconcentraties kunnen inademen. Er zal dus een geheel andere saneringstechniek moeten worden toegepast om dit soort concentraties te voorkomen. Met name de ‘natte saneringstechniek’ is hiervoor een uitstekend alternatief.

Daar moet wel aan worden toegevoegd dat deze situatie veroorzaakt is door de asbestsaneerders zelf, en is ontstaan uit economische overwegingen. In de jaren ’80 was het doodnormaal dat asbestverwijderaars de natte saneringstechniek toepasten. Dit vergde echter de nodige tijd en kosten ter voorbereiding en afwikkeling van de klus. Door toepassing van de ‘droge’ saneringstechniek bespaarde men erg veel kosten en was het mogelijk een hogere productie te draaien.

Verder is het van belang dat de saneerders zich voortdurend bewust zijn van de risico’s, en zichzelf voortdurend adequaat beschermen en zich houden aan de relevante voorschriften. Helaas is de routine er de oorzaak van dat veel (de meeste?) saneerders deze voorschriften negeren en zichzelf daarmee een risico op de hals halen. Niet voor niets is door twee brancheverenigingen (VERAS, VVTB) in samenwerking met SZW vorig jaar een campagne opgestart om de mensen zich meer bewust te maken van de risico’s. Bij de verwijdering van asbestbronnen in de risicoklassen 1 en 2 zijn de blootstellingsrisico’s beperkt en zou je kunnen spreken over een veilige situatie.”

Wat zijn uw 2 belangrijkste adviezen die u voor het komende jaar graag aan de sector mee wil geven voor opstellen en implementeren van gestructureerd, effectief en kostenbesparend asbestbeleid?
Jan van Willigenburg : “De sector zal een keuze moeten maken tussen ‘veilig werken’ en ‘kostenbesparend werken’. Ik kies voor het eerste, en dat kan leiden tot kostenverhogingen i.p.v. kostenbesparingen.

  1. De sector zal zich bovenmatig moeten inspannen om nieuwe en innoverende saneringstechnieken te ontwikkelen die het ‘veilig werken’ mogelijk maken. Deze nieuwe technieken zullen moeten worden uit-ontwikkeld als gevolg waarvan de werkzaamheden veel effectiever en gestructureerder kunnen worden uitgevoerd. Hierdoor zullen de faalkosten aanzienlijk kunnen worden teruggedrongen, zodat op termijn ook kostenbesparingen mogelijk zullen worden.
  2. Het verwijderen van asbestbronnen in risicoklasse 3 vergt een uitzonderlijke inspanning van de asbestsaneerder. Hierdoor wordt het risico op een financieel fiasco vergroot als de betrokken aannemer deze inspanning niet levert of kan leveren. Ik pleit ervoor dat met name voor de sanering in deze risicoklasse aparte (hoge) eisen worden gesteld over de kwaliteit van het bedrijf en de aldaar werkzame personen.”

Jan van Willigenburg spreekt tijdens de Nationale
Asbest Conferentie op 30 oktober 2014 in het NBC Nieuwegein. Kijk hier voor meer informatie.

Weergaven: 208

Opmerking

Je moet lid zijn van BouwProfs om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van BouwProfs

Wie zijn lid van BouwProfs?

© 2018   Gemaakt door Michel Eek.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden

Google+