BouwProfs

De bouw online verbonden.

Stadslandbouw is vandaag in opmars en morgen een noodzaak, stelt Europees parlementslid Kathleen Van Brempt. Onze steden zijn bezaaid met resten van een industrieel verleden (brownfields, verouderde pakhuizen, industriële gebouwen en terreinen) waar we een nieuwe bestemming voor moeten vinden.

In Gent wordt een brownfield straks een plek waar aan stadslandbouw wordt gedaan, en in het Rotterdamse havengebied gebeurt vandaag net hetzelfde. Stadslandbouw is in opmars en wordt in de toekomst wellicht noodzakelijk (DM 5/6).

Tegen 2050 zal 80 procent van de wereldbevolking in steden wonen. We zijn dan met 9 miljard op de planeet en al die monden moeten worden gevoed. Als we dat via de traditionele methode van grootschalige monoculturen doen, hebben we extra landbouwgrond nodig, een gebied groter dan Brazilië. Hou nog rekening met de gigantische kosten voor transport en energie, met de vernietiging van natuurlijke biotopen door de industriële landbouw en de noodzaak om bij monoculturen herbiciden en pesticiden te gebruiken, en je weet voor welke uitdaging we staan.

Kleinschalige stadslandbouw
Het verleden leert ons dat in tijden van crises teruggevallen werd op een omvangrijk netwerk van kleinschalige stadslandbouw. Dat was al zo in de negentiende eeuw, toen volkstuinen werden ontwikkeld om de hongerende arbeiders te kunnen voorzien van voeding, of tijdens de twee wereldoorlogen, toen de oorlogsregeringen in de VS en Groot-Brittannië grootschalige programma's opzetten om de bevolking aan het 'boeren' te krijgen. Meer onlangs richtte een land als Cuba het vizier op stadslandbouw om de totale ineenstorting van de voedselimport uit de Sovjet-Unie op te vangen. In de hoofdstad Havana voorzien meer dan 200 tuinen met een totale oppervlakte van 35.000 hectare de bevolking van meer dan 90 procent van hun fruit en groenten. Vandaag wordt jaarlijks bijna 1 miljoen ton voedsel geproduceerd in de organopónicos.

Het voedselprobleem van de toekomst wordt zo nijpend dat toparchitecten, planologen en ingenieurs aan de lopende band visionaire ontwerpen publiceren voor grootschalige stadslandbouw. Zo wordt de eerste plantscraper nu gebouwd in Zweden, het International Centre of Excellence for Urban Agriculture. In de havenzone tussen Rotterdam en Schiedam start dit jaar de stichting 'Uit je eigen stad' met de eerste grote stadsboerderij van Nederland. Het project krijgt de steun van de woningbouwmaatschappijen die rond de oude haventerreinen liggen. Want stadslandbouw heeft vaak een sociale dimensie: stadsbewoners kunnen erin participeren, ze krijgen groenten en fruit in ruil én de stad ontvangt het zo noodzakelijke groen. Bij onze noorderburen staan 27 projecten voor stadslandbouw in de steigers.

Stadslandbouw
In Antwerpen is een visionaire ondernemer op zoek naar een locatie om de eerste kleine stadsboerderij in de binnenstad op te richten. De gemeenschapstuin Biodroom, de stadsmoestuin van Noösfeer en de Antwerpse moestuinbox kennen nu al succes. In Gent springt de vzw De Sleutel dan weer op collectieve stadslandbouw met de opstart van een aantal stedelijke biogroentekwekerijen op brownfields.

Nu de discussie over de reconversie van industrieterreinen en brownfields nabij onze steden opnieuw is losgebarsten, is het nuttig om ook enkele alternatieven voor de traditionele oplossingen - kantoorgebouwen, winkelcentra of congreshallen - grondig te bestuderen. Stadslandbouw is een van die interessante alternatieven.

In theorie kunnen steden voorzien in 70 procent van hun voedselbehoefte aan groenten en fruit. Dat kan zowel in het centrum van de stad als aan de rand. Grote verticale boerderijen bieden tal van voordelen. Het transportprobleem wordt bijna volledig opgelost. Een doorsnee maaltijd legt vandaag 30.000 kilometer af alvorens op ons bord te belanden, met alle milieugevolgen van dien. Een verticale boerderij produceert het hele jaar door, heeft geen hinder van klimaatomstandigheden, kan ook niet-inheemse gewassen telen, heeft geen herbiciden en pesticiden nodig, recycleert het eigen afvalwater én eventueel stedelijk afvalwater, beslaat relatief weinig oppervlakte, creëert een duurzame omgeving én nieuwe jobs voor stedelingen en beperkt het risico op conflicten over grondstoffen, voedsel en water.

Groentetorens
Om stadslandbouw succesvol te maken, is een combinatie nodig van nieuwe verticale boerderijen, binnenteelt in oude industriegebouwen, collectieve gemeenschapstuinen (moderne varianten van de volkstuinen) en kleinschalige gezinsteelt, zoals dak- en balkontuintjes of zelfs window farming. De stad biedt haar bewoners wellicht de meest ecologische manier om te wonen en te werken, door diensten en voorzieningen collectief aan te bieden en relatief weinig oppervlakte in te nemen.

Maar geconcentreerd wonen en werken zorgt ook voor heel wat milieuhinder. Steden verbruiken vandaag 70 procent van alle energie ter wereld en stoten 80 procent van alle CO2 uit. De stad van de toekomst zal haar energie-, emissie-, afval- en voedselproblemen zelf moeten oplossen met innovatieve en duurzame projecten. Stadslandbouw ernstig nemen is al een goed begin. Willen onze steden hun toekomst voorbereiden, zal het nodig zijn ook beleidsmatig de stadslandbouw een plaats te geven in combinatie met milieu, ruimtelijke ordening en groenbeheer. (Bron: demorgen.be)

Weergaven: 606

Opmerking

Je moet lid zijn van BouwProfs om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van BouwProfs

Wie zijn lid van BouwProfs?

© 2019   Gemaakt door Michel Eek.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden

Google+